Gilde SamenSpraak meer informatie voor begeleiders meer informatie voor coordinatoren meer informatie voor anderstaligen meer informatie voor geinteresseerden
home Begeleiders Coördinatoren Anderstaligen Nieuws vrijwilligerswerk, senioren, Nederlandse taal, integratie, anderstaligen

nieuwsbrief
Extranet

nieuwe Wet Inburgering
Samen leven? Samen spreken!

Op 1 januari 2007 zijn de Wet Inburgering Nieuwkomers en verschillende regelingen voor oudkomers vervangen door een nieuwe wet, de Wet inburgering (Wi). Sinds de invoering is deze op verschillende punten aangepast en vereenvoudigd. De wet richt zich op verplichte en vrijwillige inburgeraars. Hieronder de stand van zaken anno juli 2010.

 

Voor wie?

De Wet inburgering geldt voor alle vreemdelingen van 16 tot 65 jaar van buiten de EU, die duurzaam in Nederland verblijven: verplichte inburgeraars. Daarnaast bestaat een groep anderstaligen die niet inburgeringsplichtig is, maar wel graag wil inburgeren. Bijvoorbeeld Europeanen of oudkomers met de Nederlandse nationaliteit: vrijwillige inburgeraars.

 

Waarom?

Doel van de wet is achterstanden verminderen bij de integratie van minderheden en nieuwe achterstanden voorkomen. Inburgering wil zeggen dat immigranten die langdurig in Nederland komen wonen: de taal spreken, op de hoogte zijn van de Nederlandse samenleving en enkele belangrijke normen en waarden kennen. De Nederlandse overheid beschouwt inburgering als een voorwaarde om te kunnen integreren.

 

Wat?

In de wet staat dat nieuwkomers - asielmigranten uitgezonderd - verplicht zijn in het land van herkomst een examen te doen, dat aantoont dat zij de beginselen van de Nederlandse taal beheersen. Dit heet het ‘examen buitenland’ en het toetsingsniveau is A1-: dat betekent onderweg naar niveau A1*.

Eenmaal in Nederland aangekomen zegt de wet dat inburgeraars aan hun inburgeringsplicht hebben voldaan door een examen binnen 3,5 jaar met goed resultaat af te leggen. Dit is gelijkgesteld voor zowel oudkomers, nieuwkomers, gezinsvormers en –herenigers (voorheen kregen oudkomers en asielmigranten 5 jaar).

 

Andere uitgangspunten:

·        De verantwoordelijkheid voor het halen van het examen ligt bij de inburgeraar.

·        In plaats van een inspanningsverplichting is nu sprake van een resultaatverplichting.

·        Gemeenten hebben een spilfunctie bij het organiseren van de inburgering. Zij moeten informeren, faciliteren en handhaven. Ze spelen een belangrijke rol bij de voorlichting, het aanbod en de plaatsing van inburgeraars op passende trajecten met een geschikte praktijkplek en examen.

·        Gemeenten moeten de wet ook handhaven: inburgeraars die het examen niet halen binnen de gestelde termijn, krijgen geen vaste verblijfsvergunning en kunnen een bestuurlijke boete krijgen.

·        Daarnaast heeft het ministerie van VROM in het Deltaplan inburgering vastgelegd dat de inburgeringstrajecten duaal moeten zijn, dat wil zeggen bestaan uit een inburgeringsdeel (les) en een participatieplek (praktijk). Les en praktijk hangen inhoudelijk samen en vinden naast elkaar plaats.

 

Welke examens?

Een (vrijwillige) inburgeraar kan met vier verschillende examens aan zijn inburgeringsplicht voldoen, dat past bij zijn vooropleiding, toekomstperspectief en mogelijkheden.

1.         NT2 staatsexamen I of II

2.         Diploma beroepsonderwijs (taalkennisvoorziening)

3.         Korte vrijstellingstoets  

4.         Inburgeringsexamen met een keuze uit vier profielen


Ad 1. NT2 staatsexamens

Staatsexamen I is voor inburgeraars die in eigen land een opleiding hebben gehad of enkele jaren na de basisschool nog een middenschool hebben gedaan. Zij willen goed Nederlands leren voor een baan of opleiding op mbo-niveau 3 of 4. Taalniveau niveau B1*.

Staatexamen II is bedoeld voor inburgeraars die een HBO of universitaire studie willen doen, of op dat niveau willen werken. Het staatsexamen bestaat uit 4 vaardigheden: lezen, luisteren, schrijven en spreken. Taalniveau B2/C1

 

Ad 2. Diploma beroepsonderwijs

Geschikt voor inburgeraars die een beroepsopleiding willen volgen. Het beroepsdiploma vervangt het inburgeringsexamen. Inburgeraars krijgen tijdens de opleiding veel extra taallessen: taalkennisvoorziening (dit kan alleen voor MBO-1 en MBO-2). Startniveau van de beroepsopleidingen ligt rond taalniveau A2.

 

Ad 3. Korte vrijstellingstoets (KVK)

De vrijstellingstoets is één korte toets van 45 minuten, maar beduidend moeilijker dan het inburgeringsexamen. De toets wordt elektronisch afgenomen. Het taalniveau is B1. Bedoeld voor inburgeraars die in eigen land een goede opleiding hebben gehad, de taal al goed beheersen en al veel weten van Nederland. Zij hebben geen inburgeringscursus meer nodig.

Ad 4. Inburgeringsexamen

Voor de inburgeraar die de taal goed genoeg beheerst om zich te kunnen redden in het dagelijks leven (taalniveau A2). Daarnaast is de inburgeraar voldoende op de  hoogte van de Nederlandse samenleving.

*) Taalniveau volgens Europees Referentiekader Talen (ERK): bij een vreemde- of tweede taal worden de volgende niveaus onderscheiden: A1, A2, B1, B2, C1 en C2. Dit rijtje gaat van makkelijk tot moeilijk, van beginner tot aan moedertaalspreker. Meer info: http://www.erk.nl/.



Extra info inburgeringsexamen
Het inburgeringsexamen is vrij nieuw en veel anderstaligen krijgen van de gemeente het aanbod om een cursus gericht op dit examen te volgen. Daarom volgt hier nog wat uitgebreidere informatie over het inburgeringsexamen.

 

Een kandidaat die het inburgeringsexamen wil gaan doen, kan kiezen uit 4 profielen:

1.    Werk en werk zoeken

2.    Onderwijs, Gezondheid en Opvoeding (OGO) en werk zoeken

3.    Ondernemerschap

4.    Maatschappelijke Participatie en vrijwilligerswerk zoeken


Aan elk profiel is het onderdeel Burgerschap gekoppeld.

 

Het inburgeringexamen valt uiteen in twee delen: het praktijkdeel en het centrale deel.


Praktijkdeel

De inburgeraar kan kiezen uit drie routes om het praktijkexamen af te leggen:

-         portfolioroute: 20 bewijzen verzamelen

-         mixroute: 10 bewijzen verzamelen en 2 assessments doen

-         assessmentroute: 4 assessments doen

 

Het praktijkdeel wordt afgenomen door en onder verantwoordelijkheid van een examenbureau verbonden aan een onderwijsaanbieder. De inburgeraar levert een portfolio in en na goedkeuring voert hij een bijbehorend panelgesprek of doet hij assessments.

 

Portfolio
Een portfolio is een verzameling bewijzen waarmee de inburgeraar kan laten zien dat hij taalcontact heeft in de praktijk. Die situaties zijn vast omschreven en heten ‘cruciale praktijksituaties’, afgekort tot CP’s. Het gaat altijd om schrijf- en spreekbewijzen. Examinatoren beoordelen het dossier met bewijzen. De kandidaat licht de bewijzen toe in een panelgesprek en doet ook een schriftelijke opdracht.

 

NB SamenSpraak-vrijwilligers kunnen geen bewijsstukken leveren voor het portfolio, wel kunnen taalkoppels samen gesprekken oefenen ter voorbereiding op een echte situatie.

 

Assessments?
Assessments zijn nagespeelde situaties die lijken op situaties die zich in werkelijkheid voordoen. De kandidaat wordt geobserveerd en beoordeeld terwijl hij een rollenspel speelt met een examinator. Elk assessment bestaat uit een spreek-, schrijf- en leestaak die te maken heeft met een cruciale praktijksituatie.

 

Centraal deel

Het centrale deel wordt afgenomen door de DUO-groep, beter bekend onder de oude naam Informatie Beheer Groep (IBG), en bestaat uit drie onderdelen:

-         Kennis van de Nederlandse Samenleving (KNS)

-         Toets Gesproken Nederlands (TGN)

-         Elektronisch Praktijkexamen (EPE)


Al deze toetsen worden met behulp van de computer afgenomen. Meer info over het examen: www.inburgeren.nl


Ontheffing

Het ministerie van VROM stelt duidelijk dat als de kandidaat het inburgeringsexamen niet haalt, hij het examen over moet doen net zo lang tot hij slaagt. Wel kan de gemeente in twee gevallen ontheffing verlenen van de inburgeringsplicht:

1.    Om medische redenen: zoals bij psychische of lichamelijke belemmeringen, of bij een verstandelijke handicap, waardoor iemand blijvend niet in staat is het inburgeringsexamen te halen.

2.    Als de gemeente oordeelt - binnen een half jaar voor het einde van de inburgeringstermijn - dat het iemand niet lukt het inburgeringsexamen te halen, ook al heeft hij er hard voor gewerkt.

 

Het ministerie van VROM vereenvoudigt de wet binnenkort op dit punt: het schept de mogelijkheid om mensen die moeilijk leren en van wie je kunt verwachten dat ze het inburgeringsexamen echt niet gaan halen, eerder te ontheffen dan het half jaar voor hun inburgeringstermijn afloopt.


Inburgeraars kunnen ontheffing aanvragen bij het college van Burgemeester en Wethouders (B&W) van de eigen gemeente.

 

Analfabeten

Voor mensen die (bijna) niet kunnen lezen en schrijven is het heel moeilijk om het inburgeringsexamen te halen binnen de gestelde termijn. Daarom mogen zij eerst een alfabetiseringscursus doen voordat zij met een inburgeringstraject beginnen. De termijn waarbinnen analfabeten moeten zijn ingeburgerd kan daarmee worden verlengd tot maximaal 2,5 jaar. Is het inburgeringsexamen dan nog te hoog gegrepen, dan komen zij in aanmerking voor een gemeentelijke ontheffing.

 

Met een ontheffing heb je nog geen recht om een Nederlands paspoort aan te vragen. Een analfabeet die het  inburgeringsexamen niet kan halen maar zich wil laten naturaliseren halen, kan een  onderzoek naar analfabetisme en leervermogen aanvragen. Meer informatie: www.ind.nl.

 

 

Bij de samenstelling van deze publicatie is de grootst mogelijke zorgvuldigheid betracht. Desondanks is het mogelijk dat bepaalde informatie onvolledig is, naar verloop van tijd verouderd, of niet meer correct is. Aan deze publicatie kunnen geen formele rechten worden ontleend. Verder aanvaardt Gilde SamenSpraak geen aansprakelijkheid voor eventuele nadelige gevolgen door onjuistheden en/of gedateerde informatie in dit artikel.