|
Over cultuurverschillen Samen leven? Samen spreken!
Wat is cultuur? Cultuur is het geheel van waarden en normen die een leidraad vormen voor het denken en handelen. Ieder mens heeft een eigen manier van denken, voelen en doen. Dit is aangeleerd door alles wat u meemaakt. Denk hierbij aan: • het land waar u bent opgegroeid • de buurt of stad waar u vandaan komt • de opleiding die u heeft genoten • uw opvoeding • de vrienden waar u mee omgaat. Al deze factoren bepalen hoe u denkt, voelt en handelt. Zij bepalen waar uw interesses naar uitgaan, wat u belangrijk vindt, hoe u reageert en welke beslissingen u neemt. Samen vormen zij uw referentiekader. Het geheel aan gewoontes, regels en normen waarnaar een mens zich in zijn handelen, denken en voelen richt.
Cultuur en referentiekader Het referentiekader van mensen is van invloed op de manier waarop ze met elkaar communiceren. Mensen met eenzelfde soort referentiekader communiceren vaak makkelijker met elkaar dan mensen met een totaal verschillend referentiekader. Als u praat met iemand die u al jaren kent, heeft u vaak veel minder woorden nodig om elkaar te begrijpen dan wanneer u praat met een vreemde. Een groot verschil in referentiekader betekent dat zender en ontvanger extra hun best moeten doen om elkaars gedachten, bedoelingen en gevoelens te volgen. De zender moet woorden gebruiken die de ontvanger begrijpt. Dit is een probleem als de zender en ontvanger uit verschillende landen komen en dus een andere taal spreken. Maar ook als ze uit hetzelfde land komen kunnen zender en ontvanger verschillende 'talen' spreken.
Interculturele communicatie, communicatie tussen mensen uit verschillende culturen Interculturele communicatie is communicatie tussen personen uit verschillende culturen. Dit betekent in de Nederlandse samenleving de communicatie tussen allochtonen en autochtonen. Het kan ook communicatie zijn tussen mensen uit hetzelfde land, die uit verschillende sociaal-economische groepen of subculturen komen. Om het verschil in referentiekader te overbruggen, is het in de communicatie van belang om kennis te nemen van elkaars waarden, normen en/of referentiekader. Dan verloopt de communicatie beter. Een onbevooroordeelde houding is daarbij essentieel. Culturele verschillen veroorzaken verschillen in communicatie, gedrag, waarden, normen, denk- en leefpatronen. Interpretaties, waarderingen en beleving van de sociale werkelijkheid in de ene cultuur staan soms lijnrecht tegenover die van een andere cultuur.
Drie Stappen Methode: Onbekendheid met de emotionele betekenis die een bepaald begrip, gebaar of handeling voor de ander heeft, leidt bij interculturele contacten soms tot problemen. Beide partijen beschouwen hun eigen gedrag tenslotte als normaal, en het gedrag van de ander als abnormaal. Het verkeerd interpreteren van een standaarduitdrukking, een zegswijze of een beleefdheidsfrase leidt dan ook wel eens tot miscommunicatie. Goede interculturele communicatie is (volgens Pinto) alleen mogelijk wanneer men werkt volgens de Drie Stappen Methode: 1. Het leren kennen van de eigen cultuurgebonden waarden en normen. Welke regels en codes zijn van invloed op het eigen denken, handelen en communiceren? 2. Het leren kennen van de cultuurgebonden normen en waarden van de ander. 3. Het leren omgaan met de verschillen.
Belangrijke culturele verschillen De moderne westerse culturen zijn grofmazig (G-cultuur) volgens Maslow, en de traditionele niet-westerse culturen zijn fijnmazig (F-cultuur), zo beargumenteert Pinto. Dat wil zeggen: • In G-culturen zijn mensen in de eerste plaats individuen, die verantwoordelijk zijn voor het eigen gedrag. Mensen moeten hun gedrag grotendeels zelf bepalen. • In F-culturen speelt de groepsgebondenheid een grote rol. Mensen zijn vooral groepslid en verantwoordelijk voor het groepsbelang. Het gedrag van mensen ligt voor een groot deel vast in gedetailleerde gedragsregels.
| De identiteit in een G-cultuur wordt bepaald door eigen waarden en normen, door eigen zingeving van je leven. |
De identiteit in een F-cultuur wordt bepaald door de plaats die je in de groep inneemt en door de waarden, normen en zingeving van de groep. |
Piramide van menselijke behoeften naar cultuursoort

| Behoefteniveau |
Voorbeelden van behoeften |
* |
Behoefteniveau |
Voorbeelden van behoeften |
Primaire behoeften |
Voedsel, drinken, lucht om te ademen, rust, slaap lichaamsbeweging, bescherming tegen kou, regen, zon |
|
Elementaire behoeften |
Eten, drinken, rust, slaap, bescherming, tegen kou, regen, zon |
| Behoefte aan zekerheid |
Onderdak, het hebben van inkomen, de zekerheid van een rechtvaardige behandeling, bescherming tegen gevaar |
|
Behagen van de eigen groep |
Beleefdheid, leven overeenkomstig plaats en rol binnen groep, wederzijdse hulp in groep, indirecte en impliciete communicatie |
| Behoefte aan acceptatie |
Zichzelf mogen zijn tegenover anderen, genegenheid, liefde, behoren tot een sociale groep |
|
Goede naam |
Eervol gedrag, zichtbare rijkdom, waardering door anderen, bescherming van familie-eer |
| Behoefte aan erkenning |
Erkenning door anderen van deskundigheden, zelfvertrouwen, zelfrespect, prestige, maatschappelijk aanzien |
|
Eer |
Het voorkomen en bestrijden van gezichtsverlies, schaamte, schande en eeraantasting |
| Behoefte aan zelfontwikkeling |
Ontwikkeling van eigen talenten, creativiteit, leveren van een prestatie, gezonde rivaliteit, verantwoordelijk zijn voor eigen handelen |
|
Elementaire behoeften |
Eten, drinken, rust, slaap, bescherming, tegen kou, regen, zon |
Het belang van non-verbale communicatie bij interculturele communicatie. Vooral de eerste keer dat u de ander ontmoet kan het zijn dat u moeite heeft om het gesprek te beginnen. Om u hierbij een handje te helpen, vertellen we iets meer over de non-verbale communicatie en geven we u een aantal suggesties voor de kennismaking. Wanneer mensen uit verschillende culturen elkaars taal niet goed begrijpen, is het plezierig om iets meer over non-verbale communicatie te weten. Het kan u helpen om uzelf duidelijker uit te drukken.
Mensen uit verschillende culturen spreken vaak elkaars taal niet. Soms moeten ze communiceren in een tweede taal: de non-verbale. De gesprekspartners zullen proberen elkaars non-verbale signalen nog aandachtiger te ‘lezen’, omdat dat de enige overblijvende spontane signalen zijn. Aangezien beide partijen meestal niet weten dat een groot deel van de non-verbale taal aangeleerd is, ontstaan hierdoor geregeld misverstanden. U kunt vragen naar de betekenis van een woord, maar dat is veel moeilijker met verwarrend non-verbaal gedrag. Alleen al omdat u vaak niet weet wat nu precies verwarrend is.
U kunt cultuurverschillen op elk non-verbaal gebied aantreffen: • uiterlijk • lichaamshouding • beweging en gebaren • gelaatsuitdrukkingen • oogcontact • stemtaal • aanraken en afstand tussen personen • ruimte- en tijdhantering
Uiterlijk Gezicht en lichaam geven veel informatie. Mensen van een ‘ander’ ras, geslacht of de ‘verkeerde’ leeftijd weten hoezeer dat telt. Ook andere uiterlijke kenmerken vertellen veel over een persoon. Gezicht en lichaam vertonen bijvoorbeeld tekens van veel voorkomende stemmingen: lach- en zorgrimpels, de toegeknepen mond van de zwijgzame, de opgetrokken schouders van de angstige, of de gebogen schouders van mensen die zichzelf te lang vinden. Ziekten laten ook hun sporen achter: migraine-ogen, de lijnen rond de mond van de maagpatiënt, reumahanden, enz.
In bijna iedere cultuur vertegenwoordigt lengte macht. En mensen schrijven knappe personen vaak positieve eigenschappen toe. Dit heeft weer invloed op de manier waarop anderen met mooie mensen omgaan. Wat mooi en lelijk, of typisch mannelijk en vrouwelijk is, verschilt sterk van cultuur tot cultuur. Elke sociale groep ontwikkelt zijn eigen – vaak impliciete – normen over uiterlijk, kleding, haardracht en versierselen. Als u omgaat met mensen uit andere culturen is het verstandig stil te staan welke kleding, haardracht en versierselen passend zijn.
Lichaamshouding De lichaamshouding geeft veel informatie over primaire emoties van een ander. Als u gevoelens van een ander wilt inschatten, hoeft u alleen zijn lichaamshouding in detail te imiteren. Therapeuten en acteurs maken veel gebruik van deze methode. Lichaamshouding toont gevoelens op de volgende gebieden:
- dominantie: een dominante houding herkent u aan mensen met het hoofd achterover en het lichaam recht.
- Onderdanigheid: de onderdanige houding herkent u aan mensen met het hoofd voorovergebogen en neergeslagen ogen. Buigen of knielen benadrukt de onderdanigheid van personen.
- aantrekking
- afstoting
- spanning – ontspanning: ontspanning herkent u aan de mate waarin ledematen ‘los’ en ontspannen zijn: hangende schouders, slappe armen, open handen en het lichaamsgewicht op één been. Ook een asymmetrische houding is een teken van ontspanning. Een symmetrische houding drukt in alle culturen respect uit. Zo zijn gebedshoudingen altijd symmetrisch. Of de biddende persoon nu staat, zit of knielt.
Tenslotte is er nog iets opmerkelijks aan mensen die intensief met elkaar in gesprek zijn: de houdingsovereenkomst. We kopiëren de lichaamshouding, én soms zelfs de bewegingen van gelijkgestemden of mensen die we aardig vinden.
Lichaamsbewegingen en gebaren Alle lichaamsbewegingen werken samen in de lichaamstaal. Ze vormen een echte taal, met een woordenschat en een soort grammatica. Sommige bewegingen hebben geen bepaalde betekenis, behalve dat ze gemoedstoestanden als spanning, ongeduld of zenuwachtigheid uitdrukken: op tafel trommelen, met het been schommelen of met een potlood spelen. Maar pas op! Ook hier bespeuren we culturele verschillen. Een volwassen Keniaan kan bijvoorbeeld zachtjes op tafel trommelen – niet omdat hij zich verveelt of ergert – maar omdat hij nadenkt. We lichten enkele soorten gebaren voor u toe.
Embleemgebaren – Veel bewegingen hebben, net als woorden, een duidelijke betekenis binnen een cultuur of subcultuur. Dit zijn altijd aangeleerde en sterk gestileerde gebaren: embleemgebaren. Per cultuur kan de betekenis verschillen. Het Amerikaanse ókay’ gebaar – een cirkel gemaakt met duim en wijsvinger – is daar een goed voorbeeld van. In sommige Latijns-Amerikaanse landen is dit een obsceen gebaar, in Frankrijk betekent het gebaar ‘nul’ en in Japan drukt het ‘geld’ uit. Een ander voorbeeld is hoe Noordwest-Europeanen de lengte van iemand aangeven, namelijk door hun arm uit te strekken met de palm naar beneden. Ditzelfde gebaar drukt in enkele Latijns-Amerikaanse landen de hoogte van dieren uit. In Thailand is het weer beledigend om iemand met de vinger aan te wijzen. Ook het liftersgebaar, dat bijna iedereen ter wereld begrijpt, is in verschillende Afrikaanse landen zo obsceen dat de lifter geen lift kan verwachten, maar een pak slaag. Het ‘V-teken’ betekende tijdens en na de Tweede Wereldoorlog voor veel mensen ‘victorie’ (overwinning). Later kreeg het voor anderen een nieuwe betekenis, namelijk ‘vrede’.
Gebarencombinaties – Dit is de combinatie van stemklank, handgebaren, hoofdbewegingen en veranderingen in blikrichting. De gespreksregeling is hier een goed voorbeeld van: de manier waarop u zich van aandacht verzekert, de beurt neemt in spreken en luisteren, laat zien dat u uw bijdrage gaat afronden, enzovoort. Sommige gebaren en lichaamsbewegingen zijn gecombineerd tot ceremonies. Bijvoorbeeld begroetings- en afscheidsceremonies: iedereen gedag zeggen; zoenen; handen schudden; de gastvrouw en -heer bedanken en zeggen hoe jammer u het vindt al weg te moeten.
Status en sekse – spelen ook mee in lichaamsbewegingen en gebaren. Vrouwen uit de West-Europese werkende klasse gebruiken meer als mannelijk beschouwde gebaren (evenals mannen uit die klasse), dan in de sociale klassen daarboven. Mannen verschillen van vrouwen in hun manier van gebaren, lopen, staan en zitten. Mannen die afwijken van het voorgeschreven mannelijk bewegingspatroon noemt de buitenwereld doorgaans ‘verwijfd’. En vrouwen die zich mannelijk bewegen, krijgen vaak te horen dat ze onaantrekkelijk en dominant zijn. Amerikaanse en Noordwest-Europese vrouwen gebaren minder dan mannen, maar hebben meer oogcontact. Vrouwen uit het gebied rond de Middellandse Zee doen juist het tegenovergestelde en mijden elk publiekelijk oogcontact, vooral met mannen. Beide seksen uit dat gebied gebaren meer en nadrukkelijker dan Noordwest-Europeanen. Verschillen in gebaren en bewegingspatronen tussen culturen zijn complex en gevarieerd. De enige manier waarop u ernstige fouten kunt vermijden in het contact met vreemdelingen en etnische minderheden, is bewust en systematisch observeren van gedrag.
Gelaatsuitdrukking Het gezicht is het meest zichtbare deel van het lichaam en geeft emoties het best weer. De gebieden rond de ogen en mond zijn het expressiefst. Om de emoties van een persoon te beoordelen aan de hand van gelaatsuitdrukkingen, is het wel noodzaak dat een groter deel van de persoon te zien is en dat ook de situatie bekend is.
Oogcontact Iemand in de ogen kijken is een van de meest intensieve vormen van menselijk contact. We maken oogcontact wanneer:
- we de reactie van de ander op onze woorden of daden willen zien;
- we de ander willen laten spreken;
- we kennis willen maken of elkaar beter willen leren kennen;
- we willen domineren, in geval van wedijver of woede, en we de ander zijn blik willen laten afwenden.
Het is makkelijk te zien hoe oogcontact een rol speelt bij het vervullen van de drie voornaamste sociale behoeften, namelijk erbij horen (inclusion), invloed (control) en genegenheid, positief of negatief (affection). Met oogcontact kunnen we iemand erkennen of erbij laten horen. Wel moeten we ons realiseren dat aanhoudend oogcontact in veel Aziatische en Afrikaanse culturen, vooral tussen mensen van ongelijke status, onbeleefd is: degene die staart probeert de ander te domineren. Dominante leden van een groep kijken minder naar elkaar dan personen die zich op minder invloedrijke mensen oriënteren. Groepsleden waar mensen het meest naar kijken, behoren tot de invloedrijke personen.
Het verband tussen affectie en oogcontact blijkt wanneer mensen diep in een gesprek verwikkeld zijn. Hoe meer ze praten, hoe meer ze betrokken raken en hoe meer oogcontact er gemaakt wordt. Oogcontact is intensiever als mensen positieve feedback krijgen, als ze elkaar lang kennen, als ze elkaar aardig vinden of als ze verliefd zijn.
Stemtaal Naast het gezicht is de paralinguïstiek of ‘stemtaal’ de belangrijkste vertolker van onze gevoelens. Stemtaal omvat alle aspecten van de gesproken taal en de geluiden eromheen, met uitzondering van de woorden zelf. Het gaat er niet om wat er gezegd wordt, maar hoe het gezegd wordt. Stemtaal omvat volume, toonhoogte, articulatie, stemkwaliteit (schorheid, helderheid, keelklanken, volheid), spreeksnelheid, ritme (vloeiend of stotterend) en de variaties in al deze aspecten. Andere elementen zijn: zuchten, keel schrapen, snuiven, lachen, giechelen, huilen, geeuwen, ‘ehs’ en ‘ohs’, ‘hmms’, aarzelingen, pauzes en beklemtoningen.
Tien seconden luisteren verschaft u al veel informatie. Zo kunt u, als u anderen hoort spreken, al snel onderscheid maken tussen man of vrouw, blank of zwart, klein of groot, verschillen in lichaamsbouw, dik of dun, jong of oud. En verraadt het accent opleidingsniveau, regio van herkomst en sociale klasse of status.
Het aantal stiltes en hun lengte in een gesprek zeggen iets over het soort gesprek en de diepte ervan. Ook hier speelt cultuur een belangrijke rol. In tegenstelling tot Westerse landen, waarderen Japan en China lange stiltes in een gesprek. Westerlingen worden zenuwachtig van stiltes, vooral als de gesprekspartners elkaar niet goed kennen. Alleen in gesprekken met bekenden die ze vertrouwen of liefhebben, tolereren Westerlingen stiltes.
Aanraken en afstand tussen personen Aanraking is de primitiefste vorm van communicatie. Lichamelijk contact onderscheidt twee hoofdvormen:
- zorg en intimiteit
- agressie en overheersing
Aanraken en aangeraakt worden: wat is toegestaan? Wie mag wie aanraken, wanneer, onder welke omstandigheden en waar? Elke maatschappij heeft gedetailleerde uiteenlopende gedragsregels. De Amerikaanse onderzoeker Jourard vroeg zijn studenten door wie ze zich lieten aanraken en waar. Zijn gevolgtrekkingen gaan ook op voor West-Europa. Vrouwen raken meer aan en ontvangen ook meer aanrakingen van vriendinnen en vrienden, vaders en moeders. Jongetjes leren hun vriendjes niet aan te raken. Vaders, net zo opgevoed, raken zelden méér aan dan de handen van hun zoons. In deze cultuur verwarren mensen aanraken met erotiek, en tederheid met verwijfdheid. In Latijns-Amerikaanse en mediterrane culturen is aanraken tussen mannen daarentegen veel gebruikelijker. Overigens raken mannen en vrouwen elkaar in het openbaar veel minder aan. In Arabische landen is dat nog sterker. Oogcontact tussen de seksen is daar zelfs zeer onbetamelijk.
Het joodse gebruik, je gesprekspartner op de schouder of bovenarm te tikken om de aandacht te trekken of een punt te benadrukken, stuit in Noordwest-Europa op weerstand. Westerlingen raken vreemden alleen per ongeluk aan. In volle bussen, treinen en liften verontschuldigen ze zich zelfs als ze iemand aanraken. Of doen ze alsof de ander er niet is, door oogcontact en verbaal contact te mijden. Wat mag op dit gebied hangt af van status, leeftijd en omstandigheden. Zo mogen artsen, verpleegsters en kappers ons wel aanraken, omdat dit bij hun werk hoort en de aanrakingen geen persoonlijke bedoelingen hebben. En alleen ouderen en hoger geplaatsten kunnen het initiatief nemen tot aanraken, nooit andersom. Voetballers omhelzen elkaar na een doelpunt, maar dan wel alleen op het veld; nooit onder de douche. Het is erg belangrijk de regels op het gebied van aanraken te volgen als u in een andere cultuur verkeert.
Nabijheidgedrag – U heeft, als iedereen, behoefte aan privé-terrein om u heen. De afstand tot anderen varieert per cultuur. Arabieren en Zuid-Amerikanen kiezen de kleinste afstand voor gesprekken, en Zweden en Schotten staan relatief ver uit elkaar. Kleine verschillen in gespreksafstanden voelen mensen snel aan en kunnen aanleiding geven tot vooroordelen. Engelsen staan meestal 15 tot 25 cm verder uit elkaar dan Nederlanders. Het resultaat is dat onze buren ons als ‘opdringerig’ beschouwen en wij de Engelsen juist als ‘afstandelijk’.
De aard van de relatie, de intimiteit van het gesprek, de omstandigheden en de culturele achtergrond bepalen het nabijheidgedrag. Door de ‘verkeerde’ afstand te kiezen, vooral als die te klein is, voelen mensen zich niet op hun gemak. Aan de andere kant brengt u, door ver weg te blijven staan, direct een boodschap van afkeer over. In interculturele relaties kunnen spanningen ontstaan door aan de nabijheidregels van de eigen cultuur vast te houden.
Status en dominantie spelen ook een rol. De persoon met de hoogste status heeft in de meeste culturen het ‘recht’ de afstand te bepalen of de grens van het gebied van de ander te overschrijden. Een meerdere kan het kantoor van een ondergeschikte binnenlopen en tijdens het gesprek op diens bureau leunen. Het omgekeerde komt zelden voor.
Tenslotte fungeren afstandsveranderingen en andere non-verbale signalen als teken dat mensen een gesprek willen beginnen of beëindigen. Net als al het andere communicatiegedrag, geeft het nabijheidgedrag uitdrukking aan de drie sociale kernbehoeften: erkenning, invloed en genegenheid.
|