|
Spreekvaardigheid Samen leven? Samen spreken!
Wat is spreekvaardigheid? Spreekvaardigheid is het vermogen om dat wat je wilt zeggen, zodanig te verwoorden dat het voor een ander probleemloos te begrijpen is.
Spreekvaardigheid omvat dus veel meer dan de toepassing van grammatica- en woordenschatkennis. Om voor iemand anders begrijpelijk te zijn, moet een spreker een scala aan taalvaardigheidsaspecten beheersen. Zo moet een goede spreker kunnen praten, luisteren en plannen tegelijk. Als de spreker praat, is hij al bezig met het voorbereiden van wat hij daarna gaat zeggen. Hiervoor moet de structuur van de taal duidelijk zijn. Mensen spreken in teksten. En teksten bestaan uit woorden, die op hun beurt uit klanken bestaan. Dit zijn verbale aspecten. Een ander belangrijk onderdeel in de taal is de intonatie, het ritme en het spreektempo. Meestal ondersteunen sprekers dit met gebaren, mimiek en dergelijke. Dit noemen we non-verbale communicatie.
Cultuur en taal Socio-culturele regels sturen het verbale en non-verbale gedrag. Deze regels vormen de leidraad van het gesprek. Hoe begin je een gesprek? Wanneer kun je het woord nemen? Hoe spreek je je gesprekspartner aan: formeel of informeel? Hoe lang kijk je hem of haar aan? Welke lichaamsafstand neem je in acht? Wanneer geef je een hand? Alleen kennis van deze socio-culturele regels is nog niet voldoende. Wat doe je bijvoorbeeld als je niet op een bepaald woord kunt komen? Of als je je gesprekspartner niet goed verstaat? Dit soort gebeurtenissen kun je ondervangen door een beroep te doen op je strategische kennis. Dit zijn een aantal taaltechnische compensatiestrategieën, zoals omschrijving (huis i.p.v. gebouw), ontlening (de tijd is met ons = geleend van ‘time is on our side’), formules of routines (Dag, hoe gaat het? - Goed, en met jou?), stoplappen (‘Nou’, ‘goed’, ‘even denken’, ‘zeg maar’), hulpvragen (hoe heet dat?), mime en vermijding.
Vier soorten kennis Je kunt stellen dat wanneer de spreker in onderstaande vier soorten kennis goed weet toe te passen, hij in staat is de juiste taalhandeling op het juiste moment te gebruiken. 1. kennis van zinnen: woorden en grammatica (incl. klanken) 2. kennis van teksten: verbaal (gesproken taal) en non-verbaal (auditief en visueel) 3. socio-culturele kennis 4. strategische kennis |